Aardgastransportleiding Grijpskerk - Wieringermeer
Voorbeeld: Milieu effecten rapportage
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aandachtsgebied één
Passagegebied tussen Kootstertille en Drogeham
Lees meer >
Aandachtsgebied twee
Tytsjerksteradiel, splitsing van de bestaande aardgastransportleidingen
Lees meer >
Aandachtsgebied drie
Vogel- en Habitatrichtlijnengebied Alde Faenen
Lees meer >
Aandachtsgebied vier
Vogel- en Habitatrichtlijngebied IJsselmeerrand
Lees meer >
Aandachtsgebied vijf
Vogelrichtlijngebied IJsselmeer
Lees meer >
Foto beleid

Beleidskader

Op verschillende niveaus (inter-nationaal, provinciaal, gemeentelijk) is beleid geformuleerd. Dit beleid stelt eisen aan de tracéligging en aanlegwijze van een nieuwe aardgastransportleiding en is bepalend voor de uiteindelijke keuze.

Home > Beleid

Beleid

Op verschillende niveaus (inter-nationaal, provinciaal, gemeentelijk) is beleid geformuleerd voor:

  • (gas)leidingtracés;
  • externe veiligheid;
  • geluid;
  • bodem en water;
  • natuurlandschap en cultuurhistorie;
  • woon- en leefomgeving.

Dit beleid stelt eisen aan de tracéligging en aanlegwijze van een nieuwe aardgastransportleiding en is bepalend voor de uiteindelijke keuze.

Op basis van het beleidskader zijn een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden beschreven in dit MER die relevant zijn voor het onderzoek.

Beleid aanleg buisleidingen:

  • Buisleidingen dienen zoveel mogelijk gebundeld (bundelingsprincipe) te worden met bestaande buisleidingen en andere vormen van infrastructuur.
  • Bij de aanleg van buisleidingen dient er zoveel mogelijk gebruik te worden gemaakt van buisleidingenstroken.
  • In gebieden die behoren tot de EHS in de provincie Fryslân dient een zorgvuldige afweging van belangen te worden gemaakt tussen de natuurwaarden en de noodzaak van de aan te leggen aardgastransportleiding.
  • Bij de aanleg van buisleidingen dient rekening te worden gehouden met toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.

Bij de keuze van het tracé zijn de bovenstaande punten leidend geweest. Daardoor zijn mogelijke tracéalternatieven en varianten gezocht naast de bestaande aardgastransportleidingen van Grijpskerk naar Wieringermeer.

Beleid externe veiligheid

  • De toetsingsafstand voor de aardgastransportleiding bedraagt 150 meter.
  • De minimale afstand van de aardgastransportleiding tot woonwijken en flatgebouwen bedraagt 50 meter.
  • Voor incidentele gebouwen (zoals boerderijen) geldt een minimale afstand van 5 meter.
  • Veilige ligging van de aardgastransportleiding voor individuen en groepen mensen. (Grond)waterbeleid
  • De realisatie van de aardgastransportleiding mag de kwaliteit van het oppervlaktewater niet extra belasten. De plannen mogen geen verdrogende invloed hebben op de omgeving.
  • De MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico) voor oppervlaktewater mag niet overschreden worden.
  • Meer over externe veiligheid

Natuur

  • In Vogel- en Habitatrichtlijngebieden mogen geen schadelijke activiteiten plaatsvinden, tenzij er geen alternatieve oplossingen zijn om het plan te realiseren en het plan tevens een groot openbaar belang dient.
  • Zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren. Voor het uitvoeren van handelingen die verboden zijn kan onder bepaalde voorwaarden een vrijstelling worden verkregen of is een ontheffing vereist.

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

  • Bescherming en behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden.
  • Vóór realisatie van de aardgastransportleiding dient er (door middel van veldonderzoek) onderzocht te worden of er landschapswaarden, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden of aardkundige waarden worden geschaad.

Ruimtelijke omgeving (landbouw, woon- en werkomgeving)

  • Voor de aanleg van de aardgastransportleiding mogen er geen woningen of bedrijfsgebouwen worden gesloopt.
  • De plannen mogen geen belemmering vormen voor geplande, maar nog niet gerealiseerde bebouwing.
  • In agrarische gebieden wordt bij de uitvoering van de plannen cultuurtechnisch verantwoord gewerkt.