Aardgastransportleiding Grijpskerk - Wieringermeer
Voorbeeld: Milieu effecten rapportage
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aandachtsgebied één
Passagegebied tussen Kootstertille en Drogeham
Lees meer >
Aandachtsgebied twee
Tytsjerksteradiel, splitsing van de bestaande aardgastransportleidingen
Lees meer >
Aandachtsgebied drie
Vogel- en Habitatrichtlijnengebied Alde Faenen
Lees meer >
Aandachtsgebied vier
Vogel- en Habitatrichtlijngebied IJsselmeerrand
Lees meer >
Aandachtsgebied vijf
Vogelrichtlijngebied IJsselmeer
Lees meer >
Home > Milieueffecten > Aanleg methodes > Geohydrologie

Geohydrologie

Tijdelijke sleufbemaling

Door tijdelijke sleufbemaling worden de grondwaterstanden aan beide zijden van de sleuf ongeveer 1 werkweek verlaagd. De omvang van het invloedsgebied is afhankelijk van de vereiste verlaging in de sleuf en de bodemgesteldheid en varieert van ongeveer 10 tot 75 meter.

Als gevolg van de verlaging van de grondwaterstand kunnen maaiveldzettingen optreden. Dit effect kan optreden bij een droge sleuf en verschillende typen kruising waar bemaling noodzakelijk is.

Doorsnijding van afsluitende lagen

Bij de aanleg van een sleuf of bij ontgrondingen voor boringen en kruisingstechnieken worden de verschillende grondlagen ontgraven.

Naarmate de hoeveelheid te ontgraven grond toeneemt en de mogelijkheid van gescheiden ontgraving en herstel van de grondlagen afneemt, is het milieueffect van een techniek groter.

Dit effect treedt met name op bij de natte sleuf en bij toepassing van een natte zinker. Ontgravingen bij gestuurde boringen zijn minimaal en net zoals bij de droge sleuf kunnen de lagen worden hersteld.

Beïnvloeding waterkering

Door het graven van een sleuf in de nabijheid van een waterkering kan de functionaliteit van de waterkering in principe tijdelijk worden beïnvloed. Zo kan de stabiliteit tijdelijk afnemen en kunnen er zettingen optreden.

De effecten zijn het grootst bij de droge sleuf en de natte zinker. Een natte sleuf is verhoudingsgewijs gunstiger dan een droge sleuf en bij een gestuurde boring kan er slechts een gering effect optreden.

Invloed van toepassing boorvloeistof

Bij de gestuurde boring en een aantal kruisingstechnieken wordt gebruik gemaakt van een boorvloeistof. Deze bestaat uit een zeer dunne kleisuspensie (bentoniet) en is geen milieuvreemde stof.

De hoeveelheid toe te passen boorvloeistof is afhankelijk van:

  • de techniek;
  • de lengte;
  • de diameter van de boring.

Een gedeelte van de boorvloeistof zal lokaal achterblijven. Het achterblijven van boorvloeistof wordt beoordeeld als negatief, het heeft echter geen hydrologische gevolgen voor de eindsituatie.